Overzicht OV
Laatste update: 31 januari 2011
Voor de ontwikkeling van de stad en de regio Utrecht is de tram belangrijk. Er wordt daarom hard gewerkt aan de toekomst van Regiotram Utrecht. Dat gebeurt met langetermijnvisies en praktische projecten, die onderling met elkaar samenhangen. Hier volgt een overzicht. In de tekst vindt u links naar de bijbehorende documenten of projecten.
Visie op de toekomst: tramnetwerk noodzaak voor bereikbaarheid
De stadsregio Utrecht telt bijna 650.000 inwoners, in 2040 zijn dat er 800.000. Om de groene omgeving te sparen, zullen de nieuwe Utrechters voor het grootste gedeelte binnen het huidige stedelijke gebied gehuisvest moeten worden. Mensen in zo’n compact stedelijk gebied kunnen voor de bereikbaarheid niet alleen op de auto aangewezen zijn, daarvoor is simpelweg te weinig ruimte. Daarom is, naast goede fietsvoorzieningen, een uitstekend openbaar-vervoersysteem nodig. Vergelijkbare regio’s in Europa die goed bereikbaar zijn, danken dat onder meer aan goede regionale tramnetwerken. In Utrecht ontbreekt dat nog.
Ambitie (5% groei per jaar) en uitwerking tot regionaal tramnetwerk
Vanuit het besef dat een uitstekend ov-systeem nodig is, hebben de gemeenten in de regio Utrecht in 2008 het OV-ambitiedocument vastgesteld. Die ambitie luidt kortweg: tot 2020 een jaarlijkse OV-groei van 5%. De bijbehorende strategische koers richt zich op de keuzereiziger - mensen die een keus hebben en dus niet afhankelijk van OV zijn - en op het benutten van de concurrentiekracht van het OV. Deze strategische koers wordt onder andere concreet gemaakt door het inzetten op een heldere netwerkopbouw, met rail (Randstadspoor en de sneltram) als basis, ook door uitbreidingen in het railnetwerk en op hedendaagse eisen aan het materieel. Daarnaast wordt ingezet op een grotere bijdrage van het Rijk, zowel financieel als beleidsmatig.
Regionaal tramnetwerk 2025
In 2009 stemden de regiogemeenten unaniem in met een uitwerking van de OV-ambitie, namelijk het Regionaal tramnetwerk 2025. Dat tramnetwerk zal bestaan uit radiale tramlijnen van en naar Utrecht CS. Het regionaal tramnetwerk ontstaat door een stapsgewijze uitbreiding van het bestaande tramnetwerk (tussen Utrecht en Nieuwegein/IJsselstein), te beginnen met de Uithoflijn en later met lijnen naar mogelijk Zeist en Leidsche Rijn.
Regionale OV Visie: zware dragende lijnen naast lichtere ontsluitende
De gestelde ambities uit het OV-ambitiedocument worden op dit moment uitgewerkt in een Regionale OV-visie. Die visie bestaat uit twee delen: het geeft, zoals de titel al aanduidt, een visie op het openbaar vervoer voor de lange termijn en het toont nog eens de samenhang tussen alle lopende OV-projecten in de Utrechtse regio - tram, trein en bus.
De concept Regionale OV-Visie maakt een onderscheid in de zogeheten dragende OV-lijnen en ontsluitende OV-lijnen. Dragende OV lijnen zijn de dikke, relatief rendabele OV-lijnen tussen woon- en werkkernen in de regio. De andere categorie, ontsluitende lijnen, bijvoorbeeld de buslijnen naar de kleine kernen, of wijkontsluitende lijnen met een lage rijsnelheid. Volgens de visie worden ontsluitende buslijnen optimaal aangetakt op het dragende OV-netwerk, waarover de passagiers vervolgens vlot verder reizen. Op die manier wordt het openbaar vervoer optimaal ingezet, en ontstaan knooppunten.
Infrastructurele maatregelen voor de lange termijn worden zoveel mogelijk gericht op het dragende OV netwerk. Op die manier wordt de doorstroming en daarmee de exploitatie van dit dragende netwerk verbeterd.
Er kan op een lijn de situatie ontstaan dat er te veel bussen moeten rijden om aan de vraag te kunnen voldoen. In dat geval wordt een systeemsprong wenselijk: opschalen van bus naar tram. Momenteel is dat het geval op de openbaar-vervoerverbinding tussen Utrecht CS en De Uithof. De Uithoflijn kan daarmee de eerste uitbreiding van het Utrechtse tramsysteem worden.
Rijk denkt mee, in MIRT-onderzoek
Het Rijk heeft verklaard mee te willen denken over het OV in de regio Utrecht. Uitvloeisel daarvan is het MIRT-onderzoek (door Rijk en regio samen). Dit onderzoek brengt kansen en knelpunten in de regio in kaart voor de periode 2020-2040, op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarbij geeft het aan welke rol het openbaar vervoer hierbij kan spelen, rekening houdend met de verstedelijkingsopgave. Het onderzoek vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Utrechts Verkeer en Vervoerberaad (UVVB) en de resultaten moeten najaar 2011 worden vastgesteld.
Eisen aan het regionaal tramnetwerk
Voor sommige verbindingen kan dus een systeemsprong naar tram noodzakelijk zijn, stellen de Regionale OV Visie en het Regionaal tramnetwerk 2025. Maar daarmee is nog niet is nog niet vastgelegd aan welke eisen het nieuwe (en het bestaande!) tramnetwerk moet voldoen om de ambities te kunnen realiseren. Die staan beschreven in het Integraal Programma van Eisen (IPvE) Tramsysteem Regio Utrecht. Het IPvE beschrijft onder meer dat het toekomstige tramsysteem lagevloertrams en bijbehorende perrons moet krijgen, hoe de trambaan ruimtelijk ingepast wordt in de stad en daarbuiten, en daarnaast geeft het nog vele andere technische kwaliteitseisen. Het IPvE is in maart 2011 vastgesteld, de eisen worden hierna nog verder uitgewerkt en gedetailleerd.
Uithoflijn: eerste verwachte uitbreiding
Naar verwachting is de Uithoflijn de eerste lijn die helemaal volgens de dan vastgestelde eisen wordt aangelegd. Al eerder was besloten dat een vertrambare busbaan tussen Utrecht CS en De Uithof moet worden aangelegd, de HOV om de Zuid. Als wordt besloten deze verbinding als tram uit te voeren, wordt de Uithoflijn de eerste uitbreiding van het Utrechtse tramsysteem. Een railverbinding tussen Utrecht CS en De Uithof wordt door Rijk en regio gezien als een project van groot regionaal én stedelijk belang: het vergroot de bereikbaarheid van het werkgelegenheidcentrum De Uithof - wat voor de economie van de regio van groot belang is - het vergroot de leefbaarheid van de Utrechtse binnenstad en de kwaliteit van het openbaar vervoer.
Bestaande sneltram renoveren
Utrecht heeft natuurlijk al bijna dertig jaar een drukgebruikte sneltramlijn. Deze zogeheten SUNIJlijn (Sneltram Utrecht-Nieuwegein/IJsselstein) is indertijd door NS opgezet als een soort stadstrein. Op termijn zal ook de SUNIJlijn worden omgebouwd tot lagevloertram en alle eisen uit het IPvE volgen. Hierbij wordt het bestaande materieel vervangen door hetzelfde type lagevloertrams als op de Uithoflijn en de perrons worden navenant verlaagd. Over het tijdstip van deze ombouw van de SUNIJlijn is nog geen besluit genomen.
Wanneer dat besluit ook valt en op welke termijn de ombouw zal zijn gerealiseerd, de huidige dertig jaar oude tramstellen zijn aan het einde van hun technische levensduur voordat de ombouw gereed is. Daarom ondergaan ze tussen december 2011 en augustus 2012 sowieso een uitgebreide renovatie, het zogeheten levensduurverlengend onderhoud, zodat ze nog tien jaar kunnen doorrijden. De trams krijgen daarbij een vervoerderonafhankelijk uiterlijk: de trams worden overgespoten in het heldere geel met grijs dat de Utrechtse regiobussen al hebben.
Vervoerskundige koppeling Uithoflijn – SUNIJlijn
Zolang de SUNIJlijn nog de bestaande hogevloerperrons heeft, kunnen de nieuwe lagevloertrams van de voorziene Uithoflijn er niet stoppen om passagiers in en uit te laten stappen. Er is dan nog geen vervoerskundige doorkoppeling tussen Uithoflijn en SUNIJlijn: eventuele doorgaande reizigers moeten overstappen op Utrecht CS. Dat overstappen zal in ieder geval goed worden geregeld.
Technische koppeling: remise bereikbaar
De voorziene Uithoflijn wordt overigens wel direct fysiek gekoppeld aan de bestaande tramnetwerk. Door die technische koppeling kunnen de Uithoflijntrams voor onderhoud doorrijden (zonder passagiers) naar de remise Nieuwegein. In de periode 2013 tot 2015 wordt de remise Nieuwegein vernieuwd, gemoderniseerd en uitgebreid om de extra en andersoortige trams te kunnen onderhouden. Buiten de tijden voor reizigersvervoer en onderhoud staan de Uithoflijntrams op nieuw aan te leggen opstelsporen in De Uithof. Die openlucht opstelplaats wordt aangelegd om materieelritten, ritten zonder reizigers, zo veel mogelijk te kunnen vermijden. Alleen voor onderhoud en reparatie gaan de Uithoftrams naar de remise in Nieuwegein.
Van CS naar OVT
Intussen wordt Utrecht CS omgebouwd tot een waar OV-knooppunt, de OV-terminal. De bouw is gaande, de oplevering wordt in 2014 verwacht. Ook het regionale openbaar vervoer wordt onderdeel van de OV-terminal, zodat lokale, regionale en (inter)nationale reizigers hier een soepele overstap kunnen maken. Daartoe worden onder meer de bestaande sneltram naar Nieuwegein en IJsselstein en de verwachte Uithoflijn in het ontwerp van de OVT ingepast. Bij het ontwerp van de tram- en busstations in de toekomstige OV-terminal treedt Bestuur Regio Utrecht op als opdrachtgever. BRU levert daarnaast aan de bouwpartners van de OV-terminal - met name ProRail - input voor alle zaken die met het regionaal OV te maken hebben, in de hal en op de looproutes naar de bus- en tramstations.
Bestaande trambaan vervangen
Het grootste deel van de bestaande SUNIJlijn - tussen Utrecht CS en Nieuwegein Stadscentrum - is bijna dertig jaar oud. Daarmee zijn niet alleen de trams, maar is ook de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur. Infrabeheerder BRU zal de sneltrambaan van Utrecht tot Nieuwegein tussen 2012 en 2014 in etappes vervangen, tijdens de zogeheten Grootschalige Vervangingsoperatie Infrastructuur (GVI).
De eerste fase is de vervanging van de trambaan in Nieuwegein tussen de remise en Stadscentrum Nieuwegein. Dat gebeurt gedurende de zomer van 2012. Op het 24 Oktoberplein was de gemeente Utrecht in 2011 toch al aan het bouwen; om de hinder te beperken is hier de trambaan al in mei 2011 vervangen.
Voor de volledigheid, er is geen verband met de latere ombouw van de SUNIJlijn tot lagevloersysteem: bij de vervangingsoperatie gaat het om met name de rails, het spoorbed en de bovenleiding. Het maakt niet uit of daar hoog of laag materieel van gebruik maakt.
Concessieverlening geen invloed op tramprojecten
Dit alles wordt niet beïnvloed door de aanbesteding van de OV-concessie voor de periode 2013-2023. Volgens de wet moet het openbaar vervoer (tram en bus) in de regio Utrecht Europees worden aanbesteed. Maar de verschillende tramprojecten staan los van wie het vervoer verzorgt of van het moment waarop de nieuwe concessie definitief wordt gegund.
Integrale verantwoordelijkheid, veiligheid centraal
Bestuur Regio Utrecht is sinds enige tijd eigenaar van zowel de traminfrastructuur, het trammaterieel, de remise als van de haltes. Dat integrale eigendom brengt een brede verantwoordelijkheid met zich mee - met veiligheid als onlosmakelijk onderdeel. En de verschillende tramprojecten komen uit die verantwoordelijkheid voort.